Wie zich wat verdiept in de katholieke traditie merkt plotseling dat hij wordt omsingeld door verschijningen. Dat lieve Mariabeeldje in het kapelletje om de hoek? Onze Lieve Vrouwe van Lourdes. Gebaseerd op een verschijning aan een Franse molenaarsdochter, de heilige Bernadette Soubirous, in 1858, in de grot van Massabielle. Zie je een beeld van de aartsengel Michaël die bezig is de satan lek te prikken? Ook gebaseerd op een verschijning. In Zuid-Italië, deze keer, en veel langer geleden.1 In de vijfde eeuw. Die film van Mel Gibson over de kruisiging van Jezus? Meer op mystieke visioenen dan op de Bijbel gebaseerd. Een uit haar klooster verbannen zuster2 lag aan het begin van de negentiende eeuw tientallen jaren ziek op bed en zag heel de Bijbel in levendige platen aan haar voorbijtrekken, waaronder Christus’ lijden.
1. Katholiek behang
Minstens de helft van de decoratie van het katholieke geestelijke behang is op enig moment aan een zieneres verschenen. Meestal waren het tenminste vrouwen. Dat is misschien ook wel passend, want de persoon die verreweg het meeste verschijnt is Maria.
Op het eerste gezicht gaat het om een onschuldig, wat vertederend fenomeen. Iets romantisch, iets wat het geloof zachter en vriendelijker maakt. Helaas zit ook hier weer, zoals meestal als het om het geloof gaat, een addertje onder het gras. Want wat te doen als Maria er ineens nationalistische propaganda begint uit te kramen? Of schattige herderskindertjes slaat met visioenen van de hel? Het is echt niet alles rozengeur en maneschijn wat er zoal verschijnt, wat de gipsen beelden en de zoete prentjes je ook willen doen geloven.
Daarom negeert de Kerk de meeste bovennatuurlijke visioenen. Pas als ze overlast beginnen te veroorzaken of duizenden mensen beginnen te trekken grijpt ze in. En, in tegenstelling tot wat de meeste mensen denken: meestal met verboden en strenge toespraken. Bisschoppen zitten er doorgaans niet op te wachten.
Zelfs de verschijningen die uiteindelijk worden aanvaard worden nooit een verplicht onderdeel van het geloof. Het klinkt misschien wild, maar niemand kan uit de Kerk gezet worden als hij gelooft dat de heilige Bernadette een hersenaandoening had in plaats van een ontmoeting met de moeder van Jezus Christus. Bovendien vallen ook officieel erkende verschijningen later weleens alsnog door de mand. Zo lijkt het er bijvoorbeeld sterk op dat de verschijningen van La Salette in de Franse Alpen achteraf toch bedrog zijn geweest.3 En dat is zeker niet het enige voorbeeld.
1. Houding ten opzichte van verschijningen
De gelovigen verdelen zich dan ook al snel in drie kampen als het gaat om verschijningen. Een aantal zijn sceptisch. Ze maken grappen over Maria die in de hemel tegen Petrus zegt: “Ik ga dit jaar op vakantie naar Lourdes, want daar ben ik nog nooit geweest. Het schijnt er best aardig te zijn.”
De meeste devote katholieken genieten van hun bedevaarten naar verschijningsplaatsen en geloven dan op dat moment eventjes heel erg in verschijningen. De rest van het jaar geloven ze het de ene dag wel en de andere niet. Dat is heel katholiek.
Dan zijn er natuurlijk ook nog de echte fans, die zich vol enthousiasme op alle sensationele bovennatuurlijke boodschappen storten waar ze maar weet van krijgen. Ze baseren daar heel hun geloof op. Hoe obscuurder en twijfelachtiger een verschijning is, hoe liever ze het hebben. Dit is een geestelijke onhebbelijkheid die op de lange termijn nerveus en ongelukkig maakt.
In de Verenigde Staten bestaan er theologen die met een stalen gezicht theologische beweringen doen op basis van wat Maria in 1917 tegen een stel Portugese herderskindertjes in Fatima zou hebben gezegd. Die nemen wij hier in Europa niet serieus.
Wat zijn verschijningen nou echt?
Waarom nemen we in Europa dergelijke beweringen niet serieus? Is het niet logisch om, als de Kerk een verschijning heeft aanvaard en goedgekeurd, daar ook theologische consequenties aan te verbinden? Wie kan het geloof beter uitleggen dan Jezus zelf, of desnoods zijn moeder? Maar dan zouden die de doorgegeven teksten letterlijk zo moeten hebben uitgesproken. Ook de betekenis van hun woorden zou glashelder moeten zijn. Zelfs bij verschijningen die we (waarschijnlijk) als authentieke religieuze ervaringen kunnen beschouwen gaat het op beide fronten mis.
Laten we een stapje terugzetten en eens nadenken over wat een verschijning eigenlijk is.
Om maar even met de deur in huis te vallen: ten eerste zijn minstens 99 procent van alle gemelde verschijningen niet echt of zelfs ordinair bedrog. Mensen willen geld, of aandacht, of worden het slachtoffer van een uit de hand gelopen smoes. Ook worden verschijningen nog weleens in scène gezet door pastoors of burgemeesters om bedevaartsoorden te stichten, die immers veel geld en bedrijvigheid opleveren. Hoewel dat soort zaken lastig te bewijzen is wijst alles er sterk op dat er sinds 1981 zoiets aan de gang is in het Bosnische Medjugorje. Dat is een modern voorbeeld, maar in de barok stikte het van dit soort acties. Daar danken vooral Duitsland en Oostenrijk een hoop sfeervolle heiligdommen aan, maar eigenlijk is het natuurlijk toch ondeugend. Dan zijn er nog hallucinaties, die allerlei oorzaken kunnen hebben. Psychische stoornissen, maar ook ondervoeding of vergiftiging. Al dat soort gevallen zijn interessant voor kerkhistorici en godsdienstpsychologen, maar niet voor de mystieke theologie. Dat ruimt dus lekker op! Maar wat houden we dan over?
Een authentieke verschijning, wat is dat? Want we geloven toch al een hele tijd niet meer in de hemel als een soort verdieping boven de onze waarin God en zijn heiligen samen zitten te kaarten en plannetjes te smeden. Om dan vervolgens in te grijpen op aarde door zich af en toe te vertonen om boodschappen te droppen, meestal ook nog eens aan kwetsbare mensen zonder macht of aanzien, kinderen meestal, of arme vrouwen. Die zien dan daardoor hun hele leven op hol slaan, en meestal niet ten goede. Niet voor niets zei Maria tegen Bernadette dat ze haar in de hemel gelukkig zou maken, maar niet hier.
Als het onwaarschijnlijk is dat heiligen vanuit de hemel een soort berichtenservice onderhouden, wat hebben die zieners dan in vredesnaam beleefd?
Een authentieke verschijning kan eigenlijk niets anders zijn dan een persoonlijke godsontmoeting zoals we die ook beschreven zien in de mystieke literatuur. Een die een andere gestalte aanneemt dan een tekst van Ruusbroec of een brief van Theresia van Avila.
Het is vrijwel altijd zo dat maar één of hoogstens een paar mensen de verschijning in kwestie te zien krijgen. Bij vrijwel alle beroemde verschijningen gaat het om één of hoogstens een paar zieners, of, meestal, zieneressen.4
Als die de verschijning beschrijven valt ten eerste al op dat het vaak een tijdje duurde voor ze zelf in de gaten kregen dat ze met Maria of Jezus of zelfs maar met iets kerkelijks te maken hadden. Bernadette had het over een “mooie dame.” Het eerste wat de herderskindertjes van Fatima aan Maria vroegen was: “Waar komt u vandaan, mevrouw?”
Een verschijning is dus een confrontatie met “het Heilige.” Dat Heilige is in eerste instantie oningevuld. Er is sprake van een overweldigende Aanwezigheid die aanvankelijk gewoon nauwelijks contouren heeft. Laten we Lourdes even als voorbeeld nemen. Dat de geheimzinnige “dame” van Bernadette niet zomaar een toevallige voorbijgangster was blijkt wel uit de eerbied, fascinatie en blijdschap die ze opriep.
Bernadette kan het niet laten steeds weer naar de grot terug te keren om de geheimzinnige jonge vrouw (eigenlijk een meisje nog) te ontmoeten. Zomaar een dame zou nooit in haar een dergelijke onweerstaanbare drang hebben kunnen veroorzaken. En waarom wekt ze vanaf het allereerste moment zoveel vertrouwen? Bernadette levert zich vanaf het eerste moment met huid en haar aan haar over. Het is dus wel duidelijk dat “de dame” geen verdwaalde toeriste was.
Frappant is dat verschijningen bijna altijd geheimzinnig doen over zichzelf. Als Bernadette aan de “dame” vraagt wie ze is komt die maar heel traag en onrechtstreeks over de brug. Eerst glimlacht ze alleen maar lieflijk. Uiteindelijk zegt ze: “Ik ben de onbevlekte ontvangenis,” wat eigenlijk een hele rare manier van spreken is, en ook blijft. Hele volksstammen mariologen5 hebben geprobeerd dat weg te praten, maar Maria die zich haar eigen ontvangenis noemt is gewoon merkwaardig. (De exacte manier waarop ze dat doet maakt het nog frappanter, waarover zo dadelijk meer.) Ook in Fatima blijft de verschijning heel lang de onbepaalde “mevrouw.” Daar openbaart ze zich uiteindelijk als “Onze Lieve Vrouwe van de Rozenkrans.” Ook dat is weer een bizarre manier om over zichzelf te spreken. Alsof de koning van Nederland op een receptie zou verschijnen en zich dan zou voorstellen met een willekeurig gekozen titel uit zijn verzameling. “Ik ben de markies van Bergen op Zoom.” Iedereen zou weten wie hij was, maar het tegelijk vreselijk excentriek vinden. Het bontste zou Maria het hebben gemaakt in Amsterdam in de jaren 1950. Daar noemde ze zich “De vrouwe van alle volkeren die eens Maria was.” Die precieze verschijning is waarschijnlijk niet authentiek geweest, maar het zegt toch iets over wat men meende van verschijningen te mogen verwachten: onrechtstreekse geheimzinnigheid.
Dit alles is natuurlijk koren op de molen voor sceptici die het hele verschijnsel van de verschijningen zo rap mogelijk naar de vuilnisbelt voor bizarre flauwekul willen verbannen. Er is echter een voor de hand liggende verklaring van het fenomeen.
Mystici klagen in hun geschriften steevast over de onuitsprekelijkheid van de godsontmoeting. Die is niet te verwoorden, te verbeelden of zelfs maar fatsoenlijk te onthouden. Er blijft in de herinnering slechts een teken, een schets van over, maar geen beeld dat herbeleefd kan worden, zoals bij andere gebeurtenissen in een mensenleven, goed en kwaad. Vervolgens gaan ze aan het werk met filosofentaal en poëzie om hun ervaringen toch enigszins te kunnen delen.
Wat nu als de mysticus in kwestie geen van die twee instrumenten beheerst? Kinderen en ongeschoolde arbeidsters zie je zelden discussies voeren over de universaliënstrijd. Ook barsten ze zelden of nooit los in lyrische natuurbeschrijvingen. Wel gingen ze in de negentiende eeuw naar de kerk. Daar waren ze onder de indruk van de heiligenbeelden en relikwieën en wierookwolken en probeerden ze iets te begrijpen van de preek.
Als ze dus tegen Gods onuitsprekelijke aanwezigheid aanliepen namen ze die waar door de bril van hun eigen religieuze belevingswereld.
Opvallend is dat veel mensen duidelijk verlangen naar de moederlijke kanten van God. Niet voor niets blijkt in deze geseculariseerde tijden de Mariadevotie taaier dan het christendom zelf. Als iemand die daarvoor gevoelig is een religieuze ervaring krijgt heeft dat gevolgen. Een ontmoeting met de Absolute neemt dan als vanzelf de gestalte van Maria aan. Ik zou niet durven beweren dat Maria zelf er helemaal niet mee gemoeid is. Die is immers wel niet goddelijk, maar wel in God geborgen. Bovendien is ze bij uitstek een levende icoon van Gods moederschap en van de biddende Kerk en van nog een heel aantal andere essentiële dingen meer. Toch verraadt de aanvankelijke onbepaaldheid van al die verschijningen - want dat motief komt telkens weer terug - dat Maria hier niet alleen of zelfs maar autonoom aanwezig is. Ze is draagster van Gods eigen Aanwezigheid. Dat is natuurlijk ook precies haar essentie, dus dat past als gegoten.
In dit verband is het ook opmerkelijk dat de manier waarop de “”dame” van Bernadette zich bekend maakt verdacht veel weg heeft van de “ik ben” uitspraken die Jezus in de Evangeliën doet. Doordat de godsnaam in de Bijbel gebaseerd is op het werkwoord “zijn” manifesteert Jezus zich daar als de mensgeworden Essentie van de werkelijkheid. Als God, met andere woorden. Maria, de Joodse vrouw uit de eerste eeuw die een wat bijzonder huishouden draaide in Nazareth zou zich zoiets niet aanmeten, maar de “dame” in Lourdes doet toch wel iets dat er verdacht veel op lijkt. Bovendien doet ze dat ook nog eens op een heel nadrukkelijke manier. Met drie vette strepen eronder, als het ware.
“Ze hield haar armen naar beneden en sloeg haar ogen op naar de hemel. Toen zei zij tegen mij ‘Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis.’”6
Een dergelijke manier van spreken noemen we “performatief.” Die kennen we ook van functionarissen die bezig zijn de status van iets te wijzigen. “Ik passeer deze akte.” “Ik verklaar de tentoonstelling voor geopend.” Ook de Sacramenten kennen deze vorm: “Dit is mijn Lichaam,” of “Ik doop u in de naam van de Vader en de Zoon en de Heilige Geest.”
Ook het feit dat Maria zich haar eigen ontvangenis noemt wijst erop dat de ontmoeting die Bernadette heeft er een met God zelf is (op de een of andere manier bemiddeld door zijn moeder.) Het feit dat Maria zonder zonde was is volgens de klassieke theologie namelijk een anticipatie op het verlossingswerk van Christus. Maria’s onbevlekte ontvangenis is Gods heil, bewerkt door Christus, toegepast op haar met terugwerkende kracht.7
Als ze dus niet zegt: “Ik ben onbevlekt ontvangen” maar, in plaats daarvan “Ik ben de Onbevlekte Ontvangenis” zegt ze in feite “Ik ben Gods Redding.” Dat zou godslastering zijn als het naar haarzelf zou verwijzen. Ze verwijst dus niet naar zichzelf, maar naar God, van wie ze een “eerwaardig vat,” dus de draagster is. Het ligt voor de hand dat Bernadette dus niet primair Maria ontmoet, maar haar Zoon, de tweede Persoon van de goddelijke Drie-eenheid, de Logos. Die Logos is het Woord van God, het vorm-gevende, scheppende Woord van God. Dat is mensgeworden in Jezus Christus, maar heeft van zichzelf geen geslacht of fysieke gestalte of iets anders dat vatbaar is voor de zintuigen die wij mensen normaal gebruiken om dingen waar te nemen. In het Oude Testament wordt het in onder andere het boek Spreuken en Ecclesiasticus in vrouwelijke gestalte opgevoerd als de goddelijke Wijsheid.8 Je begrijpt dat Maria daar heel goed als icoon voor kan dienen.9
Dat deze Mariaverschijning dus in feite een confrontatie met het Heilige Absolute betreft heeft consequenties voor de interpretatie. Zo is de zieneres zelf de enige die de volle inhoud van de ervaring heeft beleefd. Haar getuigenis is niet meer dan een poging om een totaal onuitsprekelijke ontmoeting met een letterlijk onbeschrijfelijke Persoonlijkheid te beschrijven. Dat is onbegonnen werk. Daarom lijkt het resultaat op een verhaaltje over een gesprekje. Dat bovendien wordt ingekleurd door haar belevingswereld en wellicht ook nog door de normen van haar omgeving.
Als de verschijningen in Fatima (die hier zo mogelijk nog sterker onder te lijden hebben) dan ook door Amerikaanse webtheologen worden gebruikt als autoriteit om theologoumena10 mee te bewijzen gaat het radicaal verkeerd. Zo zou uit deze visioenen duidelijk blijken dat de hel een plaats is, en bovendien vol met middelmatige mensen omdat ze soms de zondagsmis oversloegen. Dit is vanzelfsprekend onhoudbaar.
Analoog aan wat we daarnet in Lourdes hebben gezien: Ja, de zienertjes hebben zeer waarschijnlijk een authentieke ervaring van Gods Aanwezigheid gehad. Daarnaast hebben ze, in contrast daarmee, ook zijn afwezigheid waargenomen. Die hebben ze gezien als een vreselijk vuur vol brandende mensen omdat de hel nu eenmaal zo werd afgebeeld op de schilderijen waaraan ze gewend waren. Of die afwezigheid van God hier of in het hiernamaals moet worden gesitueerd, of die eeuwig of tijdelijk is, pijnlijk of wezenloos, definitief of potentieel: daarover leren we uit dit soort visioenen niks. De kindertjes van Fatima maakten ook kennis met de “engel van Portugal.” Als Portugal een engel heeft, hebben dan alle natiestaten een engel? Wat is er dan met de engelen van de tweehonderd Duitse natiestaatjes gebeurd die in de negentiende eeuw zijn opgeslokt door Pruisen? Had neutraal Moresnet ook een nationale engel? Heeft Friesland een nationale engel? Zo niet, dan hoop ik voor het hemelse detacheringsbureau dat de Friezen daar niet achter komen. Want dan willen ze er eentje, gegarandeerd. Dit alles is, met andere woorden, kinderverbeelding, geprojecteerd op een (waarschijnlijk) authentieke godservaring.
Wij zien geen verschijningen, maar luisteren naar getuigenissen van verschijningen van mensen. Die mensen leven in een bepaalde tijd, met een bepaalde mentaliteit, een bepaalde iconografie, bepaalde politieke en spirituele obsessies. Daarbij zijn ze in een bepaalde levensfase en hebben ze een bepaald karakter, een bepaalde intelligentie enzovoort enzoverder. Bepaald, bepaald, bepaald. Al die bepaaldheid vormt de bril waardoor wij God beschreven krijgen, die onbeschrijfelijk is en alle bepaaldheid te boven en te buiten gaat. Zelfs als Zij zich achter haar moeder verstopt.
Monte Gargano, vijfde eeuw.
De Zalige Anna Katharina Emmerich.
Maximin Giraud, één van de twee zieners, blijkt aan de heilige pastoor van Ars te hebben opgebiecht dat hij loog.
Er zijn verschijningen met een grotere groep zieners, zoals die in Pontmain in Frankrijk en Knock in Ierland. Daarbij wordt echter zelden of nooit gesproken. Hetzelfde geldt voor massale verschijningen aan honderden mensen tegelijk, meestal Egyptische kopten.
Mariologen zijn theologen die in Maria zijn gespecialiseerd.
Cf. SOUBIROUS, BERNADETTE, Brieven van Bernadette uit Lourdes en Nevers, Vertaald en becommentarieerd door Patrick Chatelion Counet, KBS, s-Hertogenbosch, p. 18 en 22.
Als je dit gegoochel met de normale volgorde van dingen moeilijk te vatten vindt moet je meer afleveringen van Star-Trek bekijken. Ik kan vooral Voyager van harte aanbevelen.
Of minstens één van de constitutieve elementen daarvan. Je kan hier enorme ruzie over krijgen met fans van de Sofiologie. Cf. bijvoorbeeld BULGAKOV, S., SOPHIA, The Wisdom of God, An Outline of Sophiology. Pas op: zware kost!
Als je dit gegoochel met personen en geslachten moeilijk te vatten vindt: zie noot 7.
Een theologoumenon is een onbewezen theologische stelling.













