Ben jij zo’n katholiek die de westerse beschaving beschermt tegen de homo’s, de islam en de boze meisjes met blauw haar? Hoef jij niet meer te piekeren over dingen omdat je op de dag dat je gedoopt werd hebt besloten om all in te gaan? Dus gewoon lekker alles te geloven en te doen zoals het in de catechismus staat? Ben jij zo iemand die zijn hele leven even kan vergeten bij de kerkdeur, of als je een katholiek boek pakt, of het katholieke internet opgaat? Schrijf jij “Traditie” met een hoofdletter ‘T?’ Ben jij altijd op zoek naar de zuiverste moraal en de onveranderde leer van Trente? Gefeliciteerd, dan ben je niet aan het katholieken, maar aan het larpen.
(Intro)
Larpen, voor wie er nog nooit van gehoord heeft, is live action role play. Je leeft voor een paar uurtjes, of liever nog een heel weekend, in een alternatieve wereld. Een wereld die een beetje op de middeleeuwen lijkt, maar dan zonder de stront en de ziekten. En mét een snufje magie. In die wereld ben je iemand anders, iemand die je zelf hebt kunnen bedenken.
Als je normaal een onzeker kletsmeisje bent, ben je daar een vrouw die met haar blikken kan bevelen en die beweegt als een kat. Ben jij in je dagelijkse leven een nerveuze magere serverbeheerder, dan ben je daar een mysterieuze zwijgzame prins van wie de vrouwen zwak in de knieën worden. Enfin, je snapt het idee.
Je kan er lekker helemaal in verdwijnen, maar tegelijk is het ook veilig. Je voert een dubbele boekhouding. Je wéét immers dat je aan het larpen bent, en de mensen die met jou meelarpen ook. Het is alsof je een lucide droom hebt: een droom waarin je weet dat je aan het dromen bent en waarin je dus alles kan laten gebeuren wat je wilt. En zodra je het bos uitloopt is het spel over, of in ieder geval op pauze gezet.
Precies zo’n dubbele boekhouding zie ik op moment ook bij fanatieke katholieken, vooral de hele orthodoxe en traditionele. Degenen die, zeg maar, extra hun best doen. Volgens mij bedoelen ze het wel goed en hebben ze het ook zelf niet in de gaten, maar ze bewegen zich in twee werelden tegelijk. En van die twee is de katholieke vaak niet degene waar ze echt in léven, maar degene waarin ze dat leven juist even kunnen ontvluchten. Hun katholieke leven is niet hun realiteit, maar hun geestelijke vakantie-oord.
Want ook jij bestaat, net als ik, in een wereld van iphones, evolutiebiologie en kwantummechanica. En ruimtetelescopen. Als je daarin koekeloert zie je sterrenstelsels die dertien miljard lichtjaar van ons vandaan bestaan. Of hébben bestaan, ooit. Ook jij weet van DNA en van dinosaurussen. Je weet dat de aarde vierenhalf miljoen jaar oud is en dat er duizenden godsdiensten bestaan of hebben bestaan. In verre oorden waar Jezus en zijn Evangelie net zo exotisch zijn als de zesde incarnatie van Vishnu hier. Maar waar de mensen evengoed voortdurend zoeken naar de God die ze hun bewustzijn en hun leven schenkt. En waar ze even goed houden van warmte en vrede en een hekel hebben aan haat en nijd.
Maar als katholiek larpertje knijp je tegen dat alles je billen bij elkaar en prent je je in dat je een Europese middeleeuwer bent die nog nooit buiten zijn dorp is geweest. Dat de hemel een reeks van concentrische schijven is, waarvan de buitenste bezaaid is met gaatjes waardoor het licht van de hemel door het duister priemt in de vorm van sterretjes. Dat ergens daarboven een soort verdiepingen van wolkenslierten zijn. Daarop zitten de Vader, de Zoon, de Heilige Geest en alle heiligen en engelen. En die smeden plannetjes voor de mensen op aarde.
Soms helpen ze je een parkeerplaatsje te vinden en soms laten ze je kanker krijgen of opvreten door een tijger. Dat geeft allemaal niks, want als je dan dood gaat hebben ze een soort eeuwige Efteling voor je klaarliggen. Tenminste, als je een beetje meewerkt met hun plannetjes. Die plannetjes droppen ze grotendeels in schriftelijke vorm, als iets wat we Bijbel noemen. Dat is niet ideaal, want de goddelijke Personen zijn klaarblijkelijk niet bijster bedreven in helder en consequent formuleren. Gelukkig weten ze dat zelf ook, dus hebben ze op aarde een ambtenarenapparaat van godgewijde mensen opgetuigd om hun schrijfsels uit te leggen. En regeltjes te stellen.
Nou klinkt het alsof ik mijn eigen godsdienst niet serieus neem, maar het is juist andersom. Volgens mij is het christendom veel te kostbaar om te worden klemgezet in een primitief stadium uit een ondertussen ver verwijderd verleden.
Godsdiensten zijn talen om het onuitsprekelijke toch te kunnen zeggen. En om, andersom, de Absolute te kunnen verstaan. Het zijn brillen om het goddelijke fundament van de werkelijkheid zowel te kunnen zien als jezelf eraan te tonen. Natuurlijk vindt elke godsdienst zichzelf minstens de beste en vaak de enige ware. En natuurlijk geldt dat ook voor ons, katholieken.
Nou word je het over zoiets natuurlijk nooit eens, maar het lijkt er niet op dat we ons over het katholicisme bijzonder moeten schamen. Natuurlijk wordt het gedragen door mensen en die verputsen de zooi soms ongenadig. Maar als het op zijn best is en niet wordt misbruikt past het beestje zelf subliem op wie de mens is. Schepping, zondeval, verbond, incarnatie, verlossing, voleinding - het is allemaal te mooi om niet waar te zijn, minstens op de één of andere manier.
Mits je de realiteit zoals die zich gewoon aan je voordoet wél respecteert. En dus niet gaat proberen de gekende waarheid te verdraaien om elk detail van je dogmatische constructie te laten kloppen. Kloppen op precies de manier die je altijd gewend was, ook nog. God gaat beschermen tegen de werkelijkheid. Want dat is, in het beste geval, smakeloos Amerikaans gedoe, maar meestal ook nog gewoon sektarisch.
Als juist de mensen die pretenderen de Kerk en het Evangelie het meest ernstig te nemen het katholieke verhaal lezen als een sprookje - kinderachtig letterlijk en vloekend met de meest basale dagelijkse ervaring, dan maken ze het ongeloofwaardig. Want zij proberen zo wel trouw te zijn aan de traditie. Maar echte traditie leeft. Schiet wel op uit het erfgoed - dat dus ook gerespecteerd en gekoesterd moet worden. Maar leeft daaruit tegelijk ook altijd een heel nieuw leven.
Hard traditionalisme maakt van het geloof een karikatuur. Een weekendje larpen, ook al is het dan elk weekendje.
Want de kennis die je nou eenmaal hebt verdwijnt niet zodra je knielt naast je bank en een kruisje slaat. Wat je op het journaal hebt gezien en in de biologieles hebt geleerd verkruimelt niet in je brein als je je ogen opslaat naar de hemel. De hemel wil dat ook helemaal niet.
Dus, nee, er was niet op een concrete dag een moment dat God zijn geduld verloor en heel de wereld verzoop. En in de evolutie van het leven op aarde, al die miljoenen jaren van mutatie en selectie, kan niemand precies het moment aanwijzen waarop er voor de eerste keer een mens verscheen. Een mens die kon liefhebben en nadenken, en die wist dat hij wist en wist dat zijn weten eindig was. En nee, Jezus hing dus niet te sterven omdat Hij een zoenoffer was voor een kwaaie narcistische Vader die nog steeds boos was over een gejatte vrucht van een paar honderdduizend jaar eerder. En die daarom iedereen in een eeuwige frituur wil gooien uit pure gekwetste trots.
Als je de boodschap van het christendom ernstig wilt nemen zul je je ermee moeten verzoenen dat die boodschap je boven de pet gaat. Dat je het wel kunt vergeten er een definitieve formule voor te ontwikkelen en dan klaar bent. Zelf zou ik zeggen dat het er ongeveer op neerkomt dat God de dragende macht van het bestaan zelf is. Hij overstijgt ons wel, maar staat niet los van ons. Hij leeft van binnenuit met ons mee en houdt hartstochtelijk van ons.
Wij hebben de neiging door onszelf, door onze begeerten en angsten, gefascineerd te raken. Daardoor vervreemden wij ons van Hem. Wij zijn Hem alleen zo lief dat Hij dat niet wil laten gebeuren. Maar Hij wil ook onze vrijheid geen geweld aandoen. Het draait erop uit dat Hij zijn onaantastbaarheid achter zich laat. Zich waagt in het donkerste en wreedste en hatelijkste van ons mens-zijn. Om ons daaruit weg te smeken. Om door zich te offeren de dood te doden, de kou te verdrijven, de haat te blussen en ons ervan te doordringen dat Hij aan onze kant staat, dat we Hem veilig kunnen aanvaarden en vertrouwen. En dat we daar letterlijk zalig van worden.
Maar ook dat is weer een hoogstpersoonlijke momentopname op een hoogstspecifiek moment in een hoogstspecifieke cultuur. En dat is zoals het hoort.
Niet omdat heel de traditie voortdurend moet worden aangepast aan de tijdgeest. Sterker nog: ik denk dat het tastbare, materiële en rituele stuk ervan nauwelijks door ons actief kan worden veranderd zonder het te vernielen. Dat is ook wel bewezen, want dat is precies wat in de vorige eeuw na het concilie is geprobeerd en mislukt. We moeten dat zo langzamerhand maar eens erkennen. Wat niet is aangenomen kan per slot van rekening ook niet worden genezen.
Alleen de trage evolutie die ontstaat uit het eindeloze beleven en doorgeven verandert het gezicht van de Kerk op een gezonde manier. De Maar de interpretatie en de beleving van dat alles: dat is een totaal ander verhaal. Dat moet in het moment. Dat is niet alleen veranderlijk, maar zelfs vluchtig, omdat wij vluchtig zijn. Daarin wordt van ons souplesse verlangd, kwikzilver, ritme. Het is als een geestelijk dansen met God zelf als partner. Als we Hem willen vertrouwen moeten we ook met Hem mee durven te bewegen.
Want de kern van het geloof is de levende God zelf, die nooit kan worden aangepast aan de tijdsgeest. Simpelweg omdat Hij is wie Hij is. Zonder onderdelen en eigenschappen. Onveranderlijk, onvergankelijk, essentieel zichzelf en verder niks. Maar dat is wél maar één aspect van Hem.
Tegelijk is Hij ook God met ons, God zoals wij Hem in ons specifieke leven in onze specifieke tijden en omstandigheden ontmoeten. God zoals Hij zich aan ons voordoet, zoals Hij voor ons beschikbaar is in ons bewustzijn, ons hier en nu. En daar zien wij Hem door onze eigen ogen op onze eigen manier. Daar horen wij Hem door onze eigen oren een liedje zingen dat speciaal bedoeld is voor ons op het moment dat we het horen. Daar krijgen wij Hem op onze tong gelegd en proeven wie Hij is. Daar raken wij aan Hem en krijgen onszelf aan ons geschonken. En dat is Hem een plezier, want Hij houdt van ons zoals wij Hem zien en horen en raken.
Daar, bovendien, troost Hij ons en geneest Hij ons.
Oude geloofswaarheden moet je laten waar ze zijn. God is Schepper, de mens is gevallen en tegelijk heilig, Christus is waarlijk God en waarlijk mens en Hij is verrezen. Maria is onbevlekt ontvangen en met alles erop en eraan in de hemel opgenomen.
Ook is het nergens voor nodig om wonderen en moeilijk te geloven dogmata in flauwe, kinderachtige metaforen om te bakken. “De verrijzenis is de nieuwe lente in je hartje,” of zo. Als je een tijdje niks kunt met dat soort elementen laat je ze gewoon even met rust. Op den duur zal de goede God ze wel nieuwe scheuten laten zetten.
De Kerk is nog steeds heel erg ziek, in ieder geval in het Westen. De laatste tijd zijn er wel tekens van hoop, voorzichtige signalen dat het verhaal toch nog verder zou kunnen gaan. Overal duiken jonge mensen op, die zich uit het niks naar de Kerk toekeren. Meestal zijn ze nog geen twintig, of net, en op die leeftijd ben je iets helemaal of helemaal niet. Dat klinkt goed, van die frisse, vrijmoedige gelovigen, maar het kan ook uitdraaien op strobrandjes, die fel oplichten in de nacht, maar ook gelijk weer verdwijnen in het donker.
Want deze jongeren stromen binnen in een oude gemeenschap van zogenaamde paplepelkatholieken. De laatste overlevenden van de oude, grote, vanzelfsprekende volkskerk. Die zijn bijna allemaal bejaard en vaak ook moe, ook die paar die nog niet zo bejaard zijn. Ze hebben een veel te lange periode van krimpen en langzaam de moed verliezen achter de rug. Want het geloof doorgeven: dat lukte ze eigenlijk nooit. Dat is ook niet zo’n wonder, want ze maakten over het algemeen eerder de indruk reünisten van een verdwenen sociaal klimaat te zijn dan mensen die ergens in geloofden. Ze herkenden elkaar in zowel hun heimwee naar als hun afschuw van de Kerk van hun jeugd. Dat gaf ze nog wel even een soort samenhang, maar zoiets is natuurlijk nooit door te geven aan je kinderen.
Dus krijgen ze nu andermans kinderen. En het zou ze sieren als ze daar zuinig op zouden zijn. En dat kunnen ze ook best, als ze zich er even toe zetten.
Er wordt van twee kanten nederigheid en dankbaarheid gevraagd, twee katholieke eigenschappen bij uitstek. Dat de nieuwe, jonge katholieken het weer anders gaan doen dan de ouderen is prima, en dat ze de traditie van zolder trekken omdat ze die interessanter vinden dan de constructen uit 1970 is ook prima. Daarbij mogen ze ook nog fouten maken en af en toe een grote bek hebben. Dat is de leeftijd. Maar ze moeten ook beseffen dat ze moeten profiteren van de levenswijsheid van de gemeenschap als ze de geschiedenis niet gewoon willen herhalen. Als ze zelf niet ook, over zestig jaar of zo, willen eindigen als reünisten van een vergane Kerk waar ze tegelijk naar hunkeren en van moeten kotsen.
Dus, lesjes uit de twintigste eeuw die niet vergeten mogen worden: duidelijkheid is prima, maar hier op aarde niet altijd mogelijk. Alle geloofswaarheden zijn verwijzingen naar werkelijkheden die groter en anders zijn dan jij je voor kunt stellen. Je kan wel liever een ja- of nee-antwoord willen, maar die klinken op dit terrein nogal eens infantiel.
Hetzelfde geldt voor regeltjes. Daar hebben we er bakken van, en die worden regelmatig door het leven onder de voet gelopen. Soms is dat inderdaad een ramp, maar meestal niet. Dan zeggen we: ‘eigenlijk zou dat de volgende keer beter moeten kunnen.’
Nog iets voor de liefhebbers van duidelijkheid: Kerkelijk recht. Dat komt pas het allerlaatst aan de orde. Het moet er absoluut zijn, omdat er anders geen recht kan worden gedaan. Maar dat betekent ook gelijk dat het er is voor als het verkeerd gaat. Of om te voorkomen dat het verkeerd gaat. Als alles zijn gewone gangetje gaat is het onzichtbaar achter alle dingen die belangrijker zijn. Zoals de gemeenschap, het gebed en het leven met God. Gelovigen die het kerkelijk wetboek beter kennen dan hun heiligenlevens, missaaltjes en gebedenboeken hebben dus een probleem. Kijk jij bijvoorbeeld de hele tijd tegen de sacramenten aan als formele verplichtingen die al of niet geldig zijn, dan lijd je aan een gruwelijke vorm van spirituele bloedarmoede.
Als je wakker bent en je kop niet in het zand steekt ontdek je in deze wonderlijke schepping dat er achter elke schakering weer een nieuwe nuance schuilt, en dat elke minuut van je leven duizend dingen meebrengt die niet in woorden uit te drukken zijn.
Die kan je in geen enkel live action role play ondergebracht krijgen. Als het aan mij ligt krijgt elke kerk een bordje aan de deur met: ‘Verboden te LARPEN. De Kerk is er om je leven groter te maken, niet op te sluiten in een bordkartonnen ruleset. Als jouw God te definiëren is in een character sheet dan wordt het hoog tijd dat je een andere bril opzet.










