Ik voelde mij door de omstandigheden min of meer gedwongen dit te maken, maar ik twijfelde of ik het hier zou posten. Op het eerste gezicht raakt het immers niet direct aan mystiek.
Maar op het tweede gezicht piepen er toch weer allerlei klassieke mystieke thema’s in naar boven, dus, bij deze.
Ik ben een witte cisgender man van vijftig met een grijze baard in een zwarte soepjurk en ik ga iets vinden over homo’s en zo. Wat kan er misgaan?
Nederlandse jongeren zijn veel negatiever gaan denken over homoseksualiteit. Dat bleek uit een vorige week gepubliceerd onderzoek.
Voordat iedereen begint te blaten: Dat gaat hier nou eens niet om een onzinonderzoek, een speledingetje van de een of andere academische genderstudiefiguur of zo. Het klopt gewoon wat er wordt gezegd:
Als je regelmatig jongeren over de vloer hebt merk je het gewoon. ‘Gay’ wordt gebruikt als een woord voor alles wat slecht of gewoon niet cool is, jongeren met een andere seksuele oriëntatie vertellen dat ze zich niet veilig voelen op school en er is een onvolwassen macho cultuurtje gegroeid waarin het duidelijk weer stoer is om je misselijk te gedragen tegen mensen die je niet snapt. Ze doen er lang niet allemaal actief aan mee, maar dat doet er niet zoveel toe. De algehele atmosfeer wordt er donkerder op.
Jammer. Ik had wel niet al te grote illusies over dit alles, maar ik dacht toch oprecht dat de zaken er op dit terrein op vooruit waren gegaan. Dat we hier duidelijke regels over hadden, ondertussen. We vellen geen oordeel over elkaar op basis van tot wie je je aangetrokken voelt. Laat staan dat we elkaar daarom laten vallen of buitensluiten. Punt.
Hoe dan ook: gelijk al toen ik het nieuws hoorde zag ik al aankomen dat bepaalde mensen van mijn leeftijd het christendom of zelfs de Kerk de schuld zouden gaan geven van dit alles. Die heeft immers volgens hen van die achterlijke ideeën en is bij een deel van die jongeren weer in de mode, dus dan is die conclusie snel getrokken.
En inderdaad: een dag of drie later kreeg ik de eerste verhalen, op de een of andere manier vooral van meisjes. Over moeders en oma’s die de krant hadden gelezen en nogal ongenuanceerd op hun geloof begonnen in te hakken.
Op zich verbaast mij dat niet, want die moeders zijn iets jonger dan ik, en die oma’s iets ouder, en de afkeer van religie van mijn generatie is echt best wel hard, primitief en irrationeel.
‘Pater, leg nou eens uit hoe het zit’ riep een van die meisjes natuurlijk. En toen was ik de klos, want daar zat ik niet op te wachten. Niet voor niks ben ik geen moraaltheoloog geworden. Ik heb een vreselijke hekel aan godgeleerdheid die zich al te gedetailleerd bezighoudt met wat mensen zoal tussen de lakens doen.
Daarbij heeft de Kerk als het om seksualiteit gaat in de afgelopen honderd jaar zo enorm geblunderd dat ze het niet erger had kunnen maken als ze het expres had gedaan. Alleen al het kindermisbruik dat vanaf 2010 of zo aan het licht kwam heeft minstens tien jaar van mijn leven verziekt, en dat was weliswaar wel het ergste, maar niet het enige probleem.
Ik ben er dus eigenlijk wel een beetje klaar mee en er zijn andere onderwerpen die ik uitdrukkelijk aantrekkelijker vind.
Maar goed. In de hemel rusten we uit. Vooruit maar weer.
Essenties
Nu volgt er een hele reeks valse starts. Klassieke muziekstukken hebben wel tien eindes, maar ik kon dit filmpje maar niet begonnen krijgen. Allereerst omdat één ding al heel snel glashelder werd.
Ik begon toen ik eenmaal zeker wist dat ik dit ging doen natuurlijk beter op te letten en ook meer vragen te stellen. Natuurlijk heb ik niet de middelen om een serieus wetenschappelijk onderzoek op poten te zetten, maar de resultaten waren zó uniform en eensluidend dat voor mij persoonlijk de conclusie helder is.
Niemand begon over een concrete afkeer van Berend de balletliefhebber en Max de modekoningin. Of Natasha de plaatselijke bokslegende. Ook heb ik niemand horen zeuren over viezerikken die gluren onder de douche bij de voetbal of dat soort dingen.
Al dat soort cliché’s had ik wel verwacht, maar ik kreeg ze niet. Wél kreeg ik voortdurend tirades over regenboogvlaggen, -bankjes -zebrapaden en kalenders vol roze en paarse maan-, dins- woens- en zaterdagen en zelfs hele pride-months. En dan vooral ook de vermoeiende passieve agressie waarmee dat alles wordt toegediend.
Ik hoop maar dat het niet te laat is, maar misschien is deze hele negatieve ontwikkeling nog wel redelijk makkelijk te stoppen. Namelijk door de bobo’s van de emancipatie-industrie de volgende spreekwoorden in spiegelbeeld op hun voorhoofd te laten tatoeëren:
‘De tonen maken de muziek’
‘Met honing vangt men meer vliegen dan met azijn’
en vooral ook:
‘In de beperking toont zich de meester,’
‘Overdaad schaadt’ en
‘Je moet de pap niet te dik maken.’
Natuurlijk weet ik niet of dit ook opgaat voor bepaalde gemeenschappen met een specifieke migratie-achtergrond, maar ook daar vermoed ik dat je meer bereikt met vriendelijkheid en geduld dan met een zuur toegediende stortvloed van regenbogen.
Het probleem ligt dus volgens mij deze keer eerder bij de linkse Kerk dan de katholieke Kerk. Die heeft trouwens ook, zelfs als er inderdaad al een oplevingetje gaande is, op dit moment helemaal niet de invloed om zo’n verschuiving te veroorzaken. Maar ook trouwens gewoon niet de wens.
Tenminste: dat hangt er vanaf wie je precies bedoelt met ‘de Kerk.’ Alleen de officiële autoriteiten of ook alles wat daar achteraan slakkert, rijp en groen door elkaar? Want daaruit gaan soms toch wel vreemde stemmen op.
Als katholieken hebben wij de regel dat eerlijk zoeken naar de waarheid boven het krijgen van het eigen gelijk gaat. Nou is helaas door de invloed van Amerikaanse Vlogs de gewoonte ontstaan om op een vooringenomen manier dingen te roepen over zaken die niks met theologie te maken hebben, en die dan dogmatisch vol te houden alsof het om wet en profeten gaat. Ook als mensen die er wél voor hebben geleerd zeggen dat dat allemaal zo niet klopt.
Bijvoorbeeld over of homoseksualiteit is aangeboren of aangeleerd of ontstaat als je als peuter wordt bepoteld of wanneer je hebt geprobeerd het hoofd van de barbiepop van je zusje in je neus te proppen. Of de mini monstertruck van je broertje, als je een meisje bent.
Daarom maar even, ten overvloede: Daar gaat deze video niet over. Wat de oorsprong is van seksuele oriëntaties is geen religieus thema. Niemand in ons vakgebied heeft de expertise om daar iets zinnigs over te kunnen zeggen. En de mensen die wél zijn opgeleid om er iets over te vinden komen er tot nu toe gewoon nog niet uit, lees ik.
Dit alles is voor mij dus principieel geen onderwerp, en het boeit me ook niet. Niet-heteroseksuele mensen bestaan. Proberen ze daarin te veranderen loopt klaarblijkelijk vrijwel altijd op een drama uit en wordt daarom nu zoveel mogelijk aan banden gelegd. Waarschijnlijk terecht, maar niet mijn expertise. Punt.
Nog zo eentje uit Amerika: roepen dat onze identiteit niks te maken heeft met onze seksuele oriëntatie. En dat argument dan gebruiken om mensen te verbieden zich te uiten. Nou is seks inderdaad niet de maat van alle dingen, prima. Het probleem is alleen wel dat juist voor de Kerk seks onlosmakelijk verbonden hoort te zijn met liefde. En je oriëntatie bepaalt natuurlijk wél met wie je een intieme relatie ontwikkelt. Met wie je je leven deelt, van wie je houdt.
En daaraan ontleen je wel degelijk je identiteit. Minstens een deel daarvan.
Denk even na: nota bene de Personen van de goddelijke Drievuldigheid ontlenen hun identiteit aan hun relatie met elkaar. De Vader is alleen Vader omdat Hij een Zoon heeft, de Zoon is Zoon omdat Hij een Vader heeft en de Heilige Geest is nota bene niks anders dan de liefde van die twee die zo alles overstijgend is dat hij zelf weer tot een Persoon wordt.
Van wie je houdt zegt dus niet alles over wie je bent, maar wel van alles over wie je bent.
Goed. Moedigt de Kerk nou homohaat aan of niet. Niet, natuurlijk, maar je snapt wel waar het misverstand vandaan komt. Want ze zegt wel nog steeds dingen daarover die de meesten van ons tegenwoordig tegen de borst stuiten, en houdt die ook stug vol.
Maar de traditie is daarin niet hatelijk. Het is belangrijk om, als we het over homoseksualiteit hebben, een duidelijk onderscheid te maken tussen rationeel denken over normen en waarden en spontane primitieve afkeer van mensen.
De Kerk baseert haar wetten en regels over dit soort zaken niet op onderbuikgevoelens of primitieve afkeer of iets dergelijks. Ze vertrekt vanuit rationele overwegingen, niet vanuit emoties.
Dat is tegelijk haar kracht en haar zwakheid. Want daardoor kan ze kil en zakelijk overkomen terwijl ze het heeft over de intieme dingen van mensen. Het voordeel is natuurlijk wel dat ze ook niet snel dood en verdoemenis zal preken op basis van spontane haatzaaierij, walging of paniek.
Als de Kerk moeilijk doet over seks, is dat altijd omdat ze het geluk voor ogen heeft van de gemeenschap in het algemeen en de mensen die het betreft zelf. Omdat ze oprecht gelooft dat die specifieke manier van seksualiteit beleven hun welzijn in gevaar brengt.
Goed, hoe zit het spul in elkaar? De christelijke theologie is diep essentialistisch. Dat moet je de hele tijd goed voor ogen houden. Essentialisme betekent dat alle dingen een vaste, door God gegeven ‘essentie’ of natuur hebben. Die essenties bestaan zelfs al vóórdat de dingen zelf bestaan, in de scheppende creativiteit van God. In zijn voorpret, zeg maar.
Het allerhoogste en edelste van heel de schepping is voor katholieken de mens, en de essentie van de mens lijkt op God zelf. De mens is geschapen ‘naar het beeld en de gelijkenis van God.’ Dat staat ergens helemaal vooraan in de Bijbel.
Nou bepalen die essenties of naturen waar ik het net over had niet alleen wát iets is, maar ook wat de bestemming ervan is, waar het naartoe leeft of bestaat.
En voor de mens is God dan ook niet alleen de blauwdruk, maar ook de eindbestemming van het leven. De hemel is geen plaats, geen feestzaal waar je eeuwig rijstepap te eten krijgt en samen vrome liedjes zingt totdat je groen uitslaat. Het is de symbolische naam van een toestand van het helemaal opgenomen zijn in de liefde van God. Niet boze grijze mannetje in de wolken met een driehoekje achter zijn hoofd, maar de meest uiteindelijke, absolute realiteit. In Persoon.
Dat klinkt allemaal super, maar het heeft natuurlijk wel consequenties. Omdat de menselijke essentie vaststaat en door God gegeven is, is het logisch dat daar ook objectieve, dus vaststaande ethische regels uit voortvloeien. Daarmee bedoel ik: daden zijn niet goed of slecht omdat we dat toevallig zo hebben afgesproken, maar omdat ze ófwel in harmonie zijn met de menselijke natuur en de menselijke vervulling, ófwel daar juist mee vloeken.
Dingen zijn dus niet slecht omdat de Kerk ze toevallig een keer verboden heeft, toen ze daar zin in had, maar andersom. De Kerk verbiedt dingen omdat ze gelooft dat die slecht voor je zijn.
Die manier van denken wordt ook toegepast op seksualiteit.
Volgens de traditie komt de mens in twee varianten, man en vrouw. En dus niet man en vrouw en van alles daar tussenin. Gender is in het katholieke universum geen vloeibaar spectrum of een sociale constructie of iets dergelijks. Man en vrouw hebben elk de essentiële natuur van ‘mens,’ maar die is lichamelijk verschillend uitgedrukt. Ze zijn gemaakt om elkaar te vinden, van elkaar te houden, samen één vlees te worden en zo nieuw leven voort te brengen. Lichamelijke vruchtbaarheid is dus ook heel belangrijk voor de Kerk.
Je snapt wel dat dit hele gebeuren logisch in de knoop raakt als je in plaats van de man en de vrouw twee mannen of twee vrouwen koppelt. Die passen lichamelijk niet in elkaar en krijgen in die opstelling ook geen kinderen. En, belangrijker nog: volgens de Kerk zijn ze ook mentaal niet complementair, dat wil zeggen dat ze elkaar niet op dezelfde manier aanvullen, niet tot dezelfde harmonieuze eenheid samengebracht kunnen worden als een man en een vrouw.
Daarom noemt de Kerk homoseksuele handelingen ‘intrinsiek ongeordend.’ Dat is kerkchinees voor: je wordt daar ongelukkig van, want het is niet in harmonie met je bestemming als mens.
Ook begrijp je waarom de Kerk niet meegaat in de gendertheorieën die de laatste vijftien jaar of zo in de mode zijn gekomen.
Natuurlijk erkent de Kerk dat er zoiets als genderdysforie bestaat, en het is ook niet zo dat ze daarvoor geen mededogen kan opbrengen. Maar een werkelijke geslachtsverandering is voor de katholieke traditie zo goed als onvoorstelbaar. Dignitas infinita, een Vaticaans document over dit soort dingen, zegt dat geslachtsveranderende ingrepen „in de regel” de ontvangen menselijke waardigheid dreigen aan te tasten.
Dat klinkt streng, maar ik was bij het onderzoeken van deze video eerlijk gezegd verbaasd over dat “in de regel.” Ik had het nog veel absoluter verwacht.
Enfin. Je kan deze hele manier van denken logisch of juist bespottelijk vinden, en vooral ook veel te rationeel, kil en zakelijk, maar één ding is wel duidelijk: dit alles faciliteert op zichzelf geen homofobie. Je kan op basis hiervan wel daden afkeuren, maar geen mensen afwijzen of afschrijven of zelfs maar onbelemmerd naar de Filistijnen laten gaan omdat je ze vies of afstotelijk vindt.
Als dus jonge mensen hun homoseksuele en transgender leeftijdsgenoten het leven moeilijk zouden maken en zich daarvoor zouden beroepen op hun katholieke geloof zouden ze van hun pastoor ongenadig op hun kop moeten krijgen. Ze zouden dat gedrag bovendien als een behoorlijk zware zonde moeten biechten. En een zware penitentie moeten krijgen.
Goed, de kerkelijke leer is strikt gesproken dan misschien niet homofoob, maar ook niet hartverwarmend op dit punt. In naam van de rechtvaardigheid, de barmhartigheid en de naastenliefde zijn we daarom verplicht om haar moeilijke vragen te blijven stellen.
Ten eerste is door de groei van de mobiliteit en het internet, waardoor mensen die niet heteroseksueel zijn elkaar makkelijker kunnen vinden en herkennen, de hele praktische realiteit van het fenomeen veranderd. Veel makkelijker dan vroeger ontstaan er stabiele, liefdevolle, gelijkwaardige relaties. De kerkelijke moraaltheologie kan daar op dit moment nog heel weinig mee. Maar is het eigenlijk wel eerlijk om met hetzelfde vingertje te wijzen naar dit soort relaties als naar de pure behoeftenbevrediging die je vroeger vaak zag, en die ook nog eens vaak ongelijkwaardig uitpakte?
Nota Bene de Heilige Schrift zegt zelf dat het niet goed is voor de mens om alleen te blijven. En niet alle homoseksuele katholieken hebben een priesterroeping of een neiging tot het klooster. Dus wat moeten die dan met hun leven? Op dit moment heeft de Kerk daar eigenlijk niks beters op te zeggen dan: wat akelig voor je. Je moet maar veel bidden. Dat is sowieso onvoldoende. Dat moet beter.
Want seksualiteit in de zin van erotiek is natuurlijk helemaal niet het voornaamste thema in heel deze discussie, ook al gaat daar in de praktijk steeds alle aandacht naar uit. Net als alle mensen hebben ook mensen die niet heteroseksueel zijn natuurlijke behoeften. Niet alleen aan lichamelijkheid, maar vooral ook aan nabijheid, erkenning, exclusiviteit, tederheid en een thuis bij een ander. Die behoeften verdwijnen niet als bij toverslag omdat anders de regeltjes van een of ander metafysisch dominospelletje in de war raken.
En tegelijk: het gaat pijn doen dat het nooit helemaal zal passen. Het is onzin om dat te ontkennen. Maar dat wil toch niet zeggen dat er verder geen vorm van trouw, zorg, tederheid, wederzijdse gave, maatschappelijke dienstbaarheid en andere vormen van vruchtbaarheid kunnen zijn? Of dat die ineens ongewenst of zelfs waardeloos zouden zijn? Daar geen serieus antwoord op te zoeken is voor een millennia oude spirituele traditie gewoon onvoldoende. Dat moet beter.
Sowieso is de blik van de dogmatische traditie op seksualiteit in het algemeen duidelijk te nauw. Weliswaar klopt de legende niet dat de Kerk zou leren dat seks niks anders is dan een fokprogramma en verder vooral griezelig is. Sommige kerkvaders dachten er wel zo over, Clemens van Alexandrië, bijvoorbeeld, maar de meesten waren duidelijk genuanceerder. Maar romantische hoogvliegers worden dit soort figuren nergens, ook niet later in de middeleeuwen. Dat laten ze over aan kloosterzusters die mystieke boeken schrijven. Voortplanting, zelfbeheersing en rationele orde blijven de voornaamste thema’s.
En dat is gek. Zelfs in het allerkatholiekste huishouden, dat uitpuilt van de heiligenbeelden en de rozenkransen, betekent vrijen zelden alleen: we gaan er eentje in de oven schuiven. Veel eerder is het een vorm van taal. Taal die niet gesproken, maar gedaan wordt. Waarmee je bijvoorbeeld kan zeggen: wat ben ik toch blij dat ik je heb. Ik verlang naar je, ik vertrouw me helemaal aan je toe, ik wil bij je horen, ik wildat je bij me thuis bent, ik troost je, enzovoort, enzoverder.
Dat alles kan trouwens ook probleemloos wortelen in de traditie. In verschillende graden van vergeestelijking en zinnebeeldigheid hebben we het overal in de aanbieding. Het boek Hooglied is er het meest sprekende voorbeeld van. En dat gaat niet in eerste instantie over God, even voor de duidelijkheid, maar gewoon over seks. Buitenechtelijke seks ook nog, trouwens. Goed, dat is een ander verhaal voor een andere keer.
Want, we hadden het nu even over gelijkgeslachtelijke relaties, en dat is niet hetzelfde, of we dat nou leuk vinden of niet. En dan toch: als twee homoseksuele mensen lichamelijkheid beleven als een taal van trouw, genegenheid, kwetsbaarheid en wederzijdse toewijding, kan de moraaltheologie niet in alle oprechtheid doen alsof daar niks anders gebeurt dan een objectief ongeordende act. Dat is niet alleen onbarmhartig, maar ook gewoon lui. Het is onvoldoende. Dat moet beter.
Net doen alsof er geen probleem is kan trouwens ook niet. Er zijn genoeg praktiserende katholieken in niet-heteroseksuele relaties die daar heel nuchter over mee kunnen praten. Misschien dat die in deze ontwikkeling een grotere rol zouden moeten krijgen. Zodat de situatie eens bekeken wordt van binnenuit.
En er zullen altijd grenzen blijven die niet iedereen leuk gaat vinden. De dag dat de Kerk homoseksuele relaties gelijk gaat schakelen aan het kerkelijke huwelijk komt gewoon niet, want dat is heel uitdrukkelijk ook op het ontvangen van kinderen gericht. En het is ondenkbaar dat de Kerk ooit adoptie door paren van gelijk geslacht gaat aanmoedigen, laat staan verdrietig gedoe met draagmoeders en zo. Kinderen zijn er alleen omwille van zichzelf, en mogen nooit gebruikt worden voor een ander doel dan zichzelf.
Primitieve afkeer
Goed. Ik heb de theorie geschetst. Daar kan je het mee eens zijn of niet, maar homofobie kan je er niet mee goedpraten. En toch duikt die altijd maar weer overal op, ook in de Kerk. Kunnen we daar nog iets over zeggen vanuit de traditie?
Seksuele opwinding en walging zijn van oudsher naaste familie van elkaar. Het zijn onstuimige, maar vooral ook onredelijke krachten.
Dat je ze hebt: daar hoef je je niet voor te schamen. Niet voor verlangens en ook niet voor walging. Ze zijn wat ze zijn. Je bent niet verantwoordelijk voor wat er allemaal voor geks in je omhoogkomt, maar alleen voor wat je daar dan vervolgens mee doet. Want gevoelsoprispingen moeten leren luisteren naar je wil en je verstand. Anders ga je een misselijk leven tegemoet en de mensen om je heen ook.
De eerste christelijke monniken, die in de derde en vierde eeuw in de Egyptische woestijn leefden, hebben heel gedetailleerd beschreven hoe dat werkt. Je ziel, zeggen ze, bestaat uit een hoger deel, je geest, en uit een lager deel. Dat lagere deel is niet goed of slecht, maar wel primitief, dierlijk. Het hangt heel erg dicht aan tegen je lichamelijk functies en je zintuigen, en het bestaat uit twee krachten, drift en begeerte.
Nogmaals: die zijn op zichzelf niet slecht, en zelfs nodig om jezelf in stand te houden. Ze zorgen dat je eet en drinkt en slaapt en kindertjes krijgt en dingen kunt volhouden en doorzetten. Maar wel worden ze nogal makkelijk meegesleept door negatieve prikkels die de oude monniken ‘de acht gedachten’ noemen.
Daarmee bedoelen ze geen neutrale ideeën, maar ontspoorde, slechte impulsen. Zij geloofden dat die afkomstig waren van letterlijke demonen, maar je kan er ook donkere neigingen uit je eigen onderbewuste in zien. Voor de praktijk maakt dat niet veel uit.
In ieder geval proberen die gedachten je drift en je begeerte op hol te laten slaan. En die slepen je denken en je bewustzijn dan weer mee naar waar je niet naartoe wilt. Snertgedrag, in eerste instantie, en op den duur een rottig karakter.
Van de acht gedachten zijn er acht, zoals je waarschijnlijk al zag aankomen. Vraatzucht, hebzucht, ontucht en woede; verder een soort hele doordringende verveling met een moeilijke naam en dan ook nog treurnis, ijdeltuiterij en hoogmoed.
Geestelijk volwassen worden heeft ermee te maken dat je al die krachten leert beheersen, ordenen en in hun gezonde tegendeel leert te veranderen.
Nou is het zo dat de woestijnvaders - zo noemen we die oude monniken - de demonen van de woede en die van de seksualiteit heel nadrukkelijk bij elkaar in de buurt plaatsen. Mensen die hun boosheid niet kwijt kunnen kuren dat nogal eens op een seksuele manier uit. En andersom liggen er ook korte lijntjes. Denk bijvoorbeeld maar eens aan wat er gebeurt als mensen jaloers worden.
Je snapt het waarschijnlijk al: als jij een primitieve walging voelt over wat mensen die anders zijn dan jij met elkaar doen onder de lakens - ook als jij daar helemaal niet direct mee geconfronteerd wordt - komt dat door een samenspel van de primitieve krachten uit je eigen onderbuik.
Dat wil niet zeggen dat je alles maar goed moet vinden of niet mag nadenken over wat de regels op dat terrein zouden moeten zijn of niet. Maar wat er nu gebeurt heeft met nadenken niks te maken, al denk je van wel.
Want homoseksualiteit is niet bepaald het centrale thema van het christendom. Jezus heeft er, voor zover wij weten, nooit ook maar iets over gezegd. Dat wil niet zeggen dat Hij fan was, maar wel dat Hij er in ieder geval nooit enige nadruk op heeft gelegd.
Dus als het steeds maar weer op de voorgrond treedt en je er zelfs de grote lakmoesproef van maakt voor wie wel en niet deugt of katholiek is moet je je echt afvragen waar je mee bezig bent. Je zou je dan misschien toch eens moeten afvragen: ‘Waarom steek ik eigenlijk zoveel aandacht en energie in dit ene aspect, dat mij ook nog eens niet persoonlijk aangaat?’
Goed, het is niet zo raar dat dit alles zich juist bij scholieren voordoet. Die zijn bij uitstek aan het groeien op dit punt. Op die leeftijd wil je lichaam zich ontwikkelen en pompt je vol hormonen. Het hoort erbij dat je aan de ene kant steeds maar weer naar seks verlangt, maar er ook heel vies van bent als je denkt aan bijvoorbeeld het seksleven van je ouders, of ouderen in het algemeen, of mensen met een andere oriëntatie dan de jouwe of... vul maar in. In feite alle seksualiteit die niet past bij wat je zelf graag zou willen, alle seksualiteit die niet voor jou bestemd is. En die dus ook jouw zaak niet is, zou ik eraan toe willen voegen.
En misschien is er ook nog wel iets aan de hand dat het onbehagen wat sterker maakt, en niet alleen bij katholieke jongeren.
Ik beschreef daarstraks de manier waarop de katholieke Kerk naar de werkelijkheid kijkt. Nou is dat volgens mij niet zomaar de particuliere filosofie van een concrete geloofsgemeenschap, maar het voornaamste fundament onder de westerse mentaliteit als geheel.
De katholieke cultuur is geen op een welbepaalde dag gestichte beweging met een overzichtelijke en exclusieve inhoud, zoals bijvoorbeeld jongere vormen van christendom dat wel zijn. Protestanten en zo. Het is ook niet het persoonlijke eigendom van de paus of het dicasterie van de geloofsleer. Het is simpelweg de bedding waarin de stream of consciousness, de gedachtenstroom van de mensheid, in ons deel van de wereld op dit moment nou eenmaal stroomt.
De jongeren van nu hebben als kind de coronapandemie beleefd, en daarna het steeds maar verslechteren van de veiligheid in de wereld. De redelijke en ordentelijke wereldorde die voor ons altijd vanzelfsprekend was zien zij alleen maar steeds verder afzakken.
Geen wonder dat die jongens en meisjes verlangen naar duidelijkheid en oriëntatie en grenzen en richting. Naar een fundament onder wat goed en kwaad is. Naar maatstaven en criteria en een heldere identiteit. Naar een wereld vol dingen die gewoon zijn wat ze zijn. Naar ‘Gezond verstand.’
Maar, en dat is de pech, uitgerekend dat ‘gezonde verstand’ is door de emancipatie-industrie tot grootste vijand gekozen. Plus de hele denkwereld die erbij hoort.
Dat is niet altijd zo geweest. Tot ongeveer 2000 verdedigden organisaties zoals het COC de rechten van homo’s en Lesbiennes met het simpele argument dat ze nou eenmaal zijn zoals ze zijn. Even later gebeurde er iets bizars. In Amerika raakte de beweging voor burgerrechten van Afro-Amerikanen tragisch verstrikt in een Franse filosofische stroming die we ‘postmodernisme’ noemen.
Die was ironisch genoeg ontstaan uit het denken van drie witte, Franse, professoren, Lyotard, Derrida en Foucault. Zij stelden dat je alle culturele vanzelfsprekendheden moet wantrouwen, omdat daar allerlei machtsstructuren in verborgen zitten. Dat gaat zelfs op voor taal. Zelfs de woorden die je gebruikt kunnen een lading hebben die een bepaalde groep of instelling of tendens of politiek bevoordeelt ten koste van andere. En meestal valt dat uit in het voordeel van de status quo of ‘the powers that be.’
Uit het huwelijk van die filosofie met de strijd voor sociale gerechtigheid voor zwarten in de VS werd geboren wat wij doorgaans tegenwoordig woke noemen. En dat ging weer een huwelijk aan met onze homo-emancipatiebeweging. Die veranderde daardoor van filosofie. Niet meer ‘wij zijn er nou eenmaal en we zijn wie we zijn dus wen er maar aan,’ maar werd daardoor veel harder, onverzoenlijker, passief-agressiever en vooral ook grenzelozer.
De klassieke emancipatiebeweging stoelde, om het iets formeler uit te drukken, op het idee dat geaardheid een onveranderlijke, inherente eigenschap is. Het doel was dan ook gelijke rechten en integratie in de maatschappelijke orde zoals die er was. Simpelweg op basis van gedeelde menselijkheid (”wij zijn, net als jullie, biologisch zo geprogrammeerd”).
Dat veranderde naar wat het nu is, namelijk de gedachte dat alle identiteitscategorieën zelf ter discussie moeten worden gesteld. Deconstructie, noemen we dat. Dat is één van die berippen uit het postmodernisme waar ik het net over had. Seksualiteit en gender zijn voor deze mensen vloeibare normen die door de maatschappij worden opgelegd; de nadruk ligt op intersectionaliteit en het ontmantelen van heteronormatieve instituten.
Dat is onredelijk agressief, en ook gewoon tactisch onverstandig. Een piepkleine minderheid eist niet alleen te worden geaccepteerd - wat logisch en terecht is. Maar ze eist vervolgens ook nog eens alles en iedereen te dicteren hoe ze in het vervolg de werkelijkheid waar dienen te nemen. En dat gaat niet alleen niet gebeuren, maar wekt ook vooral een destructieve reactie op. Die misschien nu nog te stoppen is. Maar dan moet de muziek ietsje vriendelijker worden en de volumeknop iets naar links, graag. Zodat niet de gewone huis- tuin- en keuken-queers het slachtoffer worden van hun boze brusjes en zoertjes.
We zijn trouwens in de eerste plaats allemaal gewoon mensen. Laten we daar eens wat meer mee bezig zijn. God weet dat dat wel wat aandacht kan gebruiken.










