Naar aanleiding hiervan heb ik nog even mooi wat kunnen overpeinzen, en erop naslaan in een van de boeken waar ik nauwelijks aan toe kom, waarschijnlijk wel bekend? Als ik zo vrij mag zijn, hierbij een paar van mijn persoonlijke ideeën:
Kan het ook gewoon zijn dat de onderliggende mystieke werkelijkheid gewoon universeel is? Ik denk dat die goddelijke vonk wel vanzelfsprekend is, maar het is aan ons of we "in onszelf" willen kijken om die Goddelijke vonk te ontdekken en bewonderen. Dat is wat juist nederig maakt en alleen zo heeft het de potentie om een vlam te worden.
Ik denk dat er geen onderscheid is in de goddelijke ervaring, maar wel in de poging om die ervaring naderhand in een logisch, kloppend theologiesysteem te passen waarbij de absolute God niet gereduceerd wordt tot een onderdeel van de mens, en de mens niet simpelweg oplost in het niets.
Misschien is het te vergelijken met de kat die bij u op schoot mag: er is een duidelijke rolverdeling of hiërarchie (wie dan ook de baas mag zijn 😉) en toch is er ook een diepe verbondenheid.
We zien dit 'kiezen voor de relatie' op prachtige manieren terug in verschillende tradities:
Bij de verheerlijking op de berg Tabor zien we Petrus in een reflex een "tentje bouwen".
In de Bhagavad Gita (hfd. 11) kiest Arjuna juist bewust voor de relatie in plaats van de kosmische grootsheid. In plaats van een tentje te bouwen, smeekt hij Krishna om zijn absolute vorm te verbergen en terug te keren naar zijn vertrouwde, menselijke vorm. Hij wil God niet als concept omarmen, maar als persoon beminnen.
In de Srimad Bhagavatam (Canto 10) staat ook een prachtig verhaal over de jeugd van Krishna. Vriendjes klagen bij pleegmoeder Yashoda dat de peuter Krishna modder heeft gegeten. Yashoda pakt hem streng vast en eist dat hij zijn mond opendoet. Ze ziet geen modder, maar het complete, oneindige universum: alle sterrenstelsels, de tijd, de ruimte, en zelfs zichzelf hoe ze in dat moment in Krishna's mond kijkt. Om die intieme moeder-kind relatie te redden, werpt de goddelijke illusie (maya) vervolgens een sluier over haar heen zodat ze weer 'gewoon' moeder kan zijn.
Net als bij Petrus en Arjuna moet de mystieke bliksemslag wijken om de alledaagse relatie mogelijk te maken. Alle teksten wijzen naar dezelfde conclusie: het Mysterie laat zich zien, maar laat zich niet vangen in een tent, een theorie of een permanente aardse staat.
We hebben het te doen met het alledaagse leven en kunnen hooguit de ervaring vertalen naar liefde en relatie in het hier en nu. Maar wel normaal blijven doen en met beide voeten heerlijk in de modder, in het aardse, want dat zijn wij.
En dan nu een beetje wildere gedachten, als van brainstorm:
Dikwijls als ik met een goede vriend in de natuur wandel, in weer en wind, dan ervaar ik het als een soort kunstwerk dat God de Vader ons gegeven heeft. Je mag de druppels van de regen, de kou, wind, de zon en warmte, de geuren en alles heerlijk ervaren en bewonderen zoals je ook een kunstwerk of schilderij kunt bewonderen. Alles is een kunstwerk en wij (met onze goddelijke vonk) mogen er in vertoeven, hoe geweldig is dat!
Alles is een ervaring die, waarschijnlijk nu gok ik een beetje, de engelen bijvoorbeeld niet zo mogen “beleven”, maar alleen wij als mens kunnen dat. Misschien dat daarom ook de goddelijke aanwezigheid in ons is, dat God het ook zo mee kan ervaren? Wij hebben een ziel en een aards lichaam, ik denk als we overlijden dat we die ervaringen dus ook meteen niet meer zo beleven en we uit het “schilderij” gaan. Ik denk dat je graag weer terug wilt in deze “ellende” want het is toch ook geweldig en niet saai. Kijk naar kleine kinderen hoe ze alles ervaren en als nieuw alles mogen ontdekken, want die eeuwige ziel komt als nieuw in het schilderij en mag ontdekken.
Heel mooi, veel dank! Bijzonder hoe bij Ruusbroec de eenheid van mens en God kennelijk onmogelijk is op basis van een kwantitatief argument: dat God zelf niet vermeerdert of vermindert, het aantal mensen wel. Of zie ik het verkeerd?
Ik vroeg me daarnaast af: wat is de titel van deze tweede preek van Eckhart waar u naar refereert? Er lijken verschillende nummeringen in omloop.
Dat God onveranderlijk is, is een van de uitgangspunten van de klassieke christelijke theologie. De meest geciteerde theologen daarbij zijn Augustinus en Thomas, zoals gebruikelijk. (Augustinus bv. de Trinitate V-VII, Thomas: Simplicitas: ST I, q. 3. Actus Purus: ST I, q. 9, Perfectio: ST I, q. 4, infinitas: ST I, q. 7.) Natuurlijk zijn het allemaal extreem abstracte metafysische argumenten die absoluut logisch kloppen maar zelden ook bevredigen. Je kunt het ook apofatisch aanvliegen, wat ik persoonlijk verstandiger vind (vb: Pseudo-Dionysius De Divinis Nominibus cap. 4-5). Daar is de conclusie dan altijd dat dit soort taalgebruik alleen in afgeleide zin op God van toepassing is.
Natuurlijk kwam er in de twintigste eeuw breed verzet hiertegen, zoals tegen alles. Een paar bekende:
Procestheologie (Whitehead, Process and Reality, 1929; The Divine Relativity, 1948) ontwikkelt een dipolair godsbegrip: God heeft een primordiale natuur (de eeuwige objecten in hun mogelijkheid) en een consequente natuur, waarin Hij elke gebeurtenis in de wereld als ervaring opneemt. God groeit dus mee met de wereld. De klassieke "monopolaire" God wordt verweten een filosofische afgod te zijn. Onleesbaar, wel interessant als gedachtenexperiment als je het je laat uitleggen door iemand die ook de details echt snapt (ik niet, ik heb geen enkele bèta-molecuul in mijn hele wezen).
Moltmann formuleert in Der gekreuzigte Gott (1972) een passibiliteit ('veranderbaarheid') op trinitarische grondslag: het kruis raakt God zelf, want de Vader lijdt het verlies van de Zoon. Hier wordt niet zozeer een kwantitatieve verandering bedoeld als wel innerlijke kwetsbaarheid, maar evengoed vloekt dat met de klasssieke onveranderlijkheidsthese. Was eigenlijk een moderne variant op de oude theologie die we 'patripassianisme' plegen te noemen. Laten we hopen dat hij ongelijk had, anders leven we echt in een totaal chaotische werkelijkheid.
Er was ook even opschudding over het zogenaamde 'open theïsme' (Pinnock e.a., The Openness of God, 1994) Dat stelde dat God de toekomst niet uitputtend kent, kan worden verrast, kan reageren. Typische Amerikaanse protestantse theologie, alleen gefundeerd op Bijbelplaatsen en vijandig ten opzichte van filosofische speculatie. In feite een soort van academisch anti-intellectualisme. Onbegrijpelijk, maar werd hier en daar destijds nog best serieus genomen. Alleen te volgen als je de Bijbel als een hogere werkelijkheid dan God zelf beschouwt. Absurd.
Een oneindige en almachtige God zoals die vanouds wordt voorgesteld is trouwens wel degelijk problematisch, vanwege het probleem van het lijden. We zullen dus in de toekomst nog wel andere (en zinnigere) varianten te zien krijgen.
De preek van Eckhart die ik bedoelde is 'Intravit Iesus in quoddam castellum,' nummer 2 in de kritische uitgave van Quint, die we doorgaans gebruiken als standaardeditie.
Fijn zo, ik was me al aan het verbazen. En de tekst van de hoofdvideo staat er op Substack gewoon onder. Dus even echt aanklikken en niet op de hoofdpagina of in de mail bekijken en dan heb je het hele script. Dat geldt voor alle video's behalve oefeningen. En preken ook niet, want die zijn vrijwel altijd geïmproviseerd.
Wat weer een prachtige uitleg! Dank u wel!
Heel mooi stuk, bedankt Pater Hugo!
Naar aanleiding hiervan heb ik nog even mooi wat kunnen overpeinzen, en erop naslaan in een van de boeken waar ik nauwelijks aan toe kom, waarschijnlijk wel bekend? Als ik zo vrij mag zijn, hierbij een paar van mijn persoonlijke ideeën:
Kan het ook gewoon zijn dat de onderliggende mystieke werkelijkheid gewoon universeel is? Ik denk dat die goddelijke vonk wel vanzelfsprekend is, maar het is aan ons of we "in onszelf" willen kijken om die Goddelijke vonk te ontdekken en bewonderen. Dat is wat juist nederig maakt en alleen zo heeft het de potentie om een vlam te worden.
Ik denk dat er geen onderscheid is in de goddelijke ervaring, maar wel in de poging om die ervaring naderhand in een logisch, kloppend theologiesysteem te passen waarbij de absolute God niet gereduceerd wordt tot een onderdeel van de mens, en de mens niet simpelweg oplost in het niets.
Misschien is het te vergelijken met de kat die bij u op schoot mag: er is een duidelijke rolverdeling of hiërarchie (wie dan ook de baas mag zijn 😉) en toch is er ook een diepe verbondenheid.
We zien dit 'kiezen voor de relatie' op prachtige manieren terug in verschillende tradities:
Bij de verheerlijking op de berg Tabor zien we Petrus in een reflex een "tentje bouwen".
In de Bhagavad Gita (hfd. 11) kiest Arjuna juist bewust voor de relatie in plaats van de kosmische grootsheid. In plaats van een tentje te bouwen, smeekt hij Krishna om zijn absolute vorm te verbergen en terug te keren naar zijn vertrouwde, menselijke vorm. Hij wil God niet als concept omarmen, maar als persoon beminnen.
In de Srimad Bhagavatam (Canto 10) staat ook een prachtig verhaal over de jeugd van Krishna. Vriendjes klagen bij pleegmoeder Yashoda dat de peuter Krishna modder heeft gegeten. Yashoda pakt hem streng vast en eist dat hij zijn mond opendoet. Ze ziet geen modder, maar het complete, oneindige universum: alle sterrenstelsels, de tijd, de ruimte, en zelfs zichzelf hoe ze in dat moment in Krishna's mond kijkt. Om die intieme moeder-kind relatie te redden, werpt de goddelijke illusie (maya) vervolgens een sluier over haar heen zodat ze weer 'gewoon' moeder kan zijn.
Net als bij Petrus en Arjuna moet de mystieke bliksemslag wijken om de alledaagse relatie mogelijk te maken. Alle teksten wijzen naar dezelfde conclusie: het Mysterie laat zich zien, maar laat zich niet vangen in een tent, een theorie of een permanente aardse staat.
We hebben het te doen met het alledaagse leven en kunnen hooguit de ervaring vertalen naar liefde en relatie in het hier en nu. Maar wel normaal blijven doen en met beide voeten heerlijk in de modder, in het aardse, want dat zijn wij.
En dan nu een beetje wildere gedachten, als van brainstorm:
Dikwijls als ik met een goede vriend in de natuur wandel, in weer en wind, dan ervaar ik het als een soort kunstwerk dat God de Vader ons gegeven heeft. Je mag de druppels van de regen, de kou, wind, de zon en warmte, de geuren en alles heerlijk ervaren en bewonderen zoals je ook een kunstwerk of schilderij kunt bewonderen. Alles is een kunstwerk en wij (met onze goddelijke vonk) mogen er in vertoeven, hoe geweldig is dat!
Alles is een ervaring die, waarschijnlijk nu gok ik een beetje, de engelen bijvoorbeeld niet zo mogen “beleven”, maar alleen wij als mens kunnen dat. Misschien dat daarom ook de goddelijke aanwezigheid in ons is, dat God het ook zo mee kan ervaren? Wij hebben een ziel en een aards lichaam, ik denk als we overlijden dat we die ervaringen dus ook meteen niet meer zo beleven en we uit het “schilderij” gaan. Ik denk dat je graag weer terug wilt in deze “ellende” want het is toch ook geweldig en niet saai. Kijk naar kleine kinderen hoe ze alles ervaren en als nieuw alles mogen ontdekken, want die eeuwige ziel komt als nieuw in het schilderij en mag ontdekken.
Konden we daar maar weer naar terug.
Heel herkenbare gedachten, inderdaad.
Heel mooi, veel dank! Bijzonder hoe bij Ruusbroec de eenheid van mens en God kennelijk onmogelijk is op basis van een kwantitatief argument: dat God zelf niet vermeerdert of vermindert, het aantal mensen wel. Of zie ik het verkeerd?
Ik vroeg me daarnaast af: wat is de titel van deze tweede preek van Eckhart waar u naar refereert? Er lijken verschillende nummeringen in omloop.
Dat God onveranderlijk is, is een van de uitgangspunten van de klassieke christelijke theologie. De meest geciteerde theologen daarbij zijn Augustinus en Thomas, zoals gebruikelijk. (Augustinus bv. de Trinitate V-VII, Thomas: Simplicitas: ST I, q. 3. Actus Purus: ST I, q. 9, Perfectio: ST I, q. 4, infinitas: ST I, q. 7.) Natuurlijk zijn het allemaal extreem abstracte metafysische argumenten die absoluut logisch kloppen maar zelden ook bevredigen. Je kunt het ook apofatisch aanvliegen, wat ik persoonlijk verstandiger vind (vb: Pseudo-Dionysius De Divinis Nominibus cap. 4-5). Daar is de conclusie dan altijd dat dit soort taalgebruik alleen in afgeleide zin op God van toepassing is.
Natuurlijk kwam er in de twintigste eeuw breed verzet hiertegen, zoals tegen alles. Een paar bekende:
Procestheologie (Whitehead, Process and Reality, 1929; The Divine Relativity, 1948) ontwikkelt een dipolair godsbegrip: God heeft een primordiale natuur (de eeuwige objecten in hun mogelijkheid) en een consequente natuur, waarin Hij elke gebeurtenis in de wereld als ervaring opneemt. God groeit dus mee met de wereld. De klassieke "monopolaire" God wordt verweten een filosofische afgod te zijn. Onleesbaar, wel interessant als gedachtenexperiment als je het je laat uitleggen door iemand die ook de details echt snapt (ik niet, ik heb geen enkele bèta-molecuul in mijn hele wezen).
Moltmann formuleert in Der gekreuzigte Gott (1972) een passibiliteit ('veranderbaarheid') op trinitarische grondslag: het kruis raakt God zelf, want de Vader lijdt het verlies van de Zoon. Hier wordt niet zozeer een kwantitatieve verandering bedoeld als wel innerlijke kwetsbaarheid, maar evengoed vloekt dat met de klasssieke onveranderlijkheidsthese. Was eigenlijk een moderne variant op de oude theologie die we 'patripassianisme' plegen te noemen. Laten we hopen dat hij ongelijk had, anders leven we echt in een totaal chaotische werkelijkheid.
Er was ook even opschudding over het zogenaamde 'open theïsme' (Pinnock e.a., The Openness of God, 1994) Dat stelde dat God de toekomst niet uitputtend kent, kan worden verrast, kan reageren. Typische Amerikaanse protestantse theologie, alleen gefundeerd op Bijbelplaatsen en vijandig ten opzichte van filosofische speculatie. In feite een soort van academisch anti-intellectualisme. Onbegrijpelijk, maar werd hier en daar destijds nog best serieus genomen. Alleen te volgen als je de Bijbel als een hogere werkelijkheid dan God zelf beschouwt. Absurd.
Een oneindige en almachtige God zoals die vanouds wordt voorgesteld is trouwens wel degelijk problematisch, vanwege het probleem van het lijden. We zullen dus in de toekomst nog wel andere (en zinnigere) varianten te zien krijgen.
De preek van Eckhart die ik bedoelde is 'Intravit Iesus in quoddam castellum,' nummer 2 in de kritische uitgave van Quint, die we doorgaans gebruiken als standaardeditie.
Mooi en boeiend!
Is er een mogelijkheid om de tekst te lezen? Het is veel informatie en ik zou er graag wat meer tijd voor nemen
Was het de bedoeling dat de oefening aan het eind de herhaling was van die van april?
Heb de nieuwe inmiddels gevonden. Prachtig. ❤️
Fijn zo, ik was me al aan het verbazen. En de tekst van de hoofdvideo staat er op Substack gewoon onder. Dus even echt aanklikken en niet op de hoofdpagina of in de mail bekijken en dan heb je het hele script. Dat geldt voor alle video's behalve oefeningen. En preken ook niet, want die zijn vrijwel altijd geïmproviseerd.
Én gelukt. Ik leer het nog wel eens…